In deze periode van de verkiezingen wil ik een bekentenis doen. Ik heb nog nooit van mijn leven gestemd. Ik heb me zelfs niet als zodanig laten registreren. Het doel van deze korte verklaring is om duidelijk te maken waarom ik ook nooit zal stemmen.
Er zijn goede morele, zowel als praktische redenen om niet te stemmen. Mijn niet stemmen vereist geen enkele positieve actie, doet niemand op enigerlei wijze kwaad, en zorgt dat ik een schoon geweten houd. Ik zeg gewoon “NEE” tegen alle politici, en in feite tegen het hele politieke stelsel. Ik wens niet overheerst te worden, en wil ook niemand anders overheersen.
Mijn morele en praktische redenen om niet te stemmen zijn:
1. Alles wat de overheid doet, is geïnstitutionaliseerd geweld en bedreiging. Het gaat uit van de veronderstelling dat een bepaalde groep personen, (politie, justitie, de wet, gevangenissen, etc.) fysiek geweld of bedreigingen gebruiken om hun ideeën over het algemeen belang aan anderen op te leggen. Verkiezingspolitiek gaat er van uit dat wij moeten kiezen “welke” groep de baas zal zijn over dit geïnstitutionaliseerde geweld; niet of dat eigenlijk wel noodzakelijk is. Daar ik anderen niet wens te dicteren wat voor soort vreedzaam leven zij verkiezen te leiden, en ik zeker niet wil dat zij mij een bepaalde manier van leven opleggen, weiger ik om deel te nemen aan een systeem dat uitgaat van : “Macht (of numerieke meerderheid) maakt Recht!”
2. Democratie, of meerderheidsbeslissingen zoals we het noemen, verkracht individuele rechten. Waarheid is niet iets dat bepaald kan worden door een volksstemming , net zo min als persoonlijke rechten. Ieder persoon als een uniek, individueel menselijk wezen, heeft het recht op zijn eigen lichaam, geest en werk, en niet op dat van een ander. Was slavernij soms minder slecht voordat het door de wet werd verboden? Waren de daden van Hitler tegen zijn tegenstanders legitiem omdat hij door een meerderheid van de Duitsers gekozen was? Hebben “aantallen” ook maar enige invloed op het recht van een individu ? Als de meerderheid de rechten van het individu met voeten kan treden, is er niemand meer veilig; immers die meerderheid is ook nog eens een constant veranderende groep. Vroeger of later wordt een deel van die meerderheid weer een minderheid, en dan krijgen ze het betaald gezet. Als je de meerderheid het recht geeft om over persoonlijke rechten te beslissen, dan is het te laat om te protesteren als je je rechten eenmaal kwijt bent.
3. Het idee overigens dat de meerderheid in verkiezingen beslist, is een fantasie. Als regeren “met overeenstemming” al enige zin heeft, dan moet het betekenen de expliciete goedkeuring van ieder en elk persoon, en niet de regels van diegenen die toevallig bijgedragen hebben aan het grootste stemmentotaal. Er is trouwens zelden een verkiezing geweest waarbij het aantal personen die niet stemden, samen met de minderheid, het aantal stemmen van de zogenaamde winnaar niet zeer ruim overschreed. Als je al belang stelt in een meerderheid, dan zouden deze laatsten pas een echte meerderheid zijn; niet het mandaat dat geleverd wordt door hen die stemden voor de “winnaar”. (In Nederland zijn de NIET-STEMMERS alleen al de grootste partij (meerderheid) bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen! )
4. Daarbij komt nog, dat door ons systeem van geheime verkiezingen niemand ook maar enige persoonlijke verantwoordelijkheid neemt. De persoonlijke verantwoordelijkheid verdwijnt in het geïnstitutionaliseerde proces van verkiezingen. Omdat we niet weten wie er precies voor de winnaars gekozen heeft, is er ook geen enkele manier om hen verantwoordelijk te stellen voor de daden van hun vertegenwoordigers. Gekozen vertegenwoordigers hebben echter wel de vermetelheid om te claimen dat zij het hele land vertegenwoordigen: zij die op hen gekozen hebben, zij die tegen hen gestemd hebben, en zij die helemaal niet gestemd hebben. Zij hebben echter geen enkele machtiging van wie dan ook om hen op enige legale wijze te vertegenwoordigen. Het enige dat we kunnen concluderen is dat zij handelen op eigen verantwoording, want ze hebben geen enkel bewijs van wie ze vertegenwoordigen. En voor gevallen waarin ze verkeerd doen, hebben ze zich meestal beschermd door een immuniteitsregel. We worden dus opgescheept met de ongebruikelijke situatie waarin iedereen handelt, maar niemand verantwoordelijk is.
5. Stemmen is ook nog eens gewoon verloren tijd. Maakt het echt wat uit wie er gekozen wordt wanneer de keus in werkelijkheid geen keus is of eenvoudig het kiezen van de minste van twee kwaden ? We moeten nooit vergeten dat het minste van twee kwaden nog steeds kwaad is.. Stemmen voor iemand geeft alleen maar aan al de kandidaten meer legitimiteit; en dit is echt het laatste dat we willen doen. Als je iets niet goedkeurt, neem er dan geen deel aan. Het is duidelijk dat stemmen hen alleen maar aanmoedigt!. Overigens is er praktisch geen verschil tussen de partijen in dit land.
Allemaal, zelfs de verdedigers van een minimale overheid, vechten ze met andere partijen over wie de zetels van de politieke macht mag bezetten. De niet-stemmer zegt eenvoudig “NEE” tegen dit alles. Onthouding is niet een negatieve, anti-sociale handeling. Het is een positieve uitspraak dat politieke macht verdorven is, beladen met corruptie, en geneigd om de slechtsten aan de top te brengen. Onze politieke instellingen hebben een eeuwenlange ontwikkeling doorgemaakt. De ontwikkeling van de laatste paar honderd jaar heeft geleid tot het machtiger worden van de overheid, niet van de mensen. Dit is de strijd tussen de gemeenschap en de staat, tussen sociale macht en overheidsmacht. Het volk heeft in werkelijkheid de macht in handen, als men zich dat alleen maar zou realiseren. Geen enkele overheid heeft iets, wat ze niet eerst van haar onderdanen heeft afgenomen. Het fenomeen van niet-stemmen is niet alleen maar een middel voor vreedzaam protest, maar het bevat ook het zaad voor een reële ommekeer. Overheden zouden nergens zijn als maar één procent van de bevolking zou komen opdagen om te stemmen. Politici zouden nog wel gekozen worden en dan wetten maken, maar als dan niemand zich daar wat van zou aantrekken, zouden ze alleen maar lachwekkend zijn. De overheid zou verdwijnen door negeren, niet door kogels of verkiezingen. In Thoreau’s woorden zou dit de doodklap zijn voor de overheid: “Wanneer de onderdaan zijn trouw heeft geweigerd, en de officier zijn ontslag genomen, dan is de revolutie voltooid.”
*) Carl Watner is de oprichter, voorzitter van de libertarische groep “VOLUNTARYISTS”
Niet stemmen is je volste recht. Alleen blijf je zitten met het probleem, dat anderen wel stemmen. Uit puur lijfsbehoud en dat van je dierbaren, ben je vroeg of laat gedwongen om bepaalde keuzes te maken, ook al zijn het keuzes uit twee kwaden. Dat is het ethische dilemma. Ook een Libertarier heeft het recht om te kiezen of te weigeren. DAT recht kan niemand hem ontzeggen.