De waterstofeconomie: hoe Shell en Bush een knieval voor de milieubeweging doen en miljoenen over de balk gooien.
Een uitlaat die slechts een wolkje stoom voort brengt. Geen luchtvervuiling en zelfs geen kooldioxide, het gas dat ervan wordt verdacht het klimaat te veranderen. Logisch dat dit vergezicht enthousiasme losmaakt. Het groene ideaal heet waterstofeconomie. Een economie die niet meer draait op koolwaterstoffen (olie, kolen, gas, benzine, diesel), maar op waterstof. Bij de verbranding daarvan ontstaat louter water. Aldus zouden auto’s en vrachtwagens volledig schoon worden.
De milieubeweging predikt al vele jaren de zegeningen van waterstof. Ze lijkt president George W. Bush te hebben bekeerd, want die had het onlangs in zijn State of the Union ook over de waterstofeconomie. Binnen tien jaar moeten er waterstofauto’s in de Verenigde Staten rondrijden. Op IJsland is hij er al, in de vorm van enkele stadsbussen. Twee weken geleden opende Sheil daar een pomp, waar ze waterstof kunnen tanken. Amsterdam volgt, later dit jaar.
De verhalen over de waterstofeconomie ruiken naar de hof van Eden. Geen luchtvervuiling, geen klimaatverandering. Te mooi om waar te zijn. Zo mooi is het dan ook niet.
In de waterstofeconomie van overmorgen moet een zogenoemde brandstofcel de verbrandingsmotoren van vandaag vervangen. Zo’n brandstofcel is een elektrochemisch apparaat, net als een batterij en een accu. Er gaan chemicaliën in en er komt elektriciteit uit. Brandstofcellen zijn niet alleen schoon, maar ook redelijk efficiënt: ze zetten de energie uit de brandstof met ongeveer 60 procent rendement om in elektriciteit. Dat is mooi vergeleken met de huidige automotoren, die een efficiëntie van 25 procent hebben.
Het probleem is zoals altijd geld. Brandstofcellen zijn ongeveer tien keer zo duur als een automotor. Het is mogelijk dat ze in de toekomst, door technologische verbeteringen en door massaproductie, even goedkoop worden als de huidige automotoren, maar dat is allesbehalve zeker.
Daarnaast is er het probleem van de waterstof zelf. Weliswaar wemelt de planeet ervan, helaas komt die waterstof altijd in combinatie met andere atomen voor. Samen met zuurstof als water en samen met koolstof en andere elementen als aardolie, aardgas en steenkolen. Uit al die bronnen kan de waterstof wel worden losgeweekt, maar dat moet dan wel gebeuren en het kost veel geld en energie.
Het is denkbaar dat waterstof centraal wordt geproduceerd. Dan moeten overal grote fabrieken verrijzen. De aldus geproduceerde waterstof moet vervolgens worden gedistribueerd. Dit proces is veel inefficiënter dan de huidige distributie van benzine en diesel, omdat waterstof een lage energiedichtheid bezit. Negentien mammoettankers vol waterstof voor één benzinetanker. Dat kan gezellig druk worden op de Noordzee.
De hamvraag is waarom die waterstofeconomie überhaupt nodig zou zijn. Nu al zijn de huidige automotoren zo goed als schoon. Dankzij de driewegkatalysator en de steeds beter wordende benzine produceert een benzineauto vrijwel geen luchtvervuiling meer. Slechts bij een koude start, als de katalysator nog niet goed werkt, komen er schadelijke gassen uit de uitlaatpijp, maar voor dat probleem bestaan inmiddels oplossingen, net als voor de roetvervuiling van dieselauto’s. Het klopt dat er nog steeds C02 uit een uitlaatpijp komt. Dat is echter geen milieuvervuiling in de traditionele zin van het woord: de bomen langs de snelweg groeien juist extra goed door dit gas. Toch hebben veel mensen zich door de milieubeweging en een deel van de wetenschap laten overtuigen dat dit gas het klimaat zou bedreigen.
Wetenschappelijk staat dit nog lang niet vast, desondanks is het geloof in dit zogenoemde broeikaseffect een van de grote politiek correcte mantra’s van deze tijd geworden. Dat Shell nu besloten heeft om in de waterstofeconomie te investeren, betekent dan ook een opmerkelijke knieval voor de milieubeweging.
Ten slotte is er de vraag of de waterstofauto zelfs op dit punt zoveel beter is als wordt gezegd. Een brandstofcel maakt geen CO2, maar het proces om waterstof uit water of olie los te weken doorgaans wel – tenzij met groene stroom wordt gewerkt, maar die kan alleen betaalbaar worden gemaakt door grote belastingvoordelen. Ook komen er verbeteringen in de huidige automotoren aan. Een auto bijvoorbeeld waarin een conventionele dieselmotor aan een elektrische motor is gekoppeld. Een recente studie van het laboratorium voor energie en milieu van het MIT, het Massachusetts Institute of Technology, gaf aan dat de waterstofauto op het punt van kooldioxide niet schoner zal zijn dan een dergelijke dieselauto. Als dat klopt, komt die waterstofauto, waarvoor de hele infrastructuur (fabrieken, pompstations, distributie) op de schop moet, er natuurlijk nooit.
Dit artikel is eerder verschenen in Elsevier op 10 mei 2003.
Beetje domme reactie van deze Simon. “Bomen” langs de snelweg groeien juist harder door dit gas. Zo ken ik er nog wel een. Brandnetels groeien ook lekker hard op methaan( uitlaatgassen van koeien), alleen jammer van de mooie orchideeen, die er niet van houden. Zo houdt het klimaat ook niet van een overdaad aan broeikasgassen. Zelfs mensen zonder wetenschappelijke opleiding zien in hun naaste omgeving de natuur en het klimaat veranderen. Mensen zoals deze Simon hebben geen visie en durven niet voor nieuwe ideeen
te gaan. Gelukkig durfde “Galilei” wel voor vernieuwing te gaan en kwam tot de conclusie dat de aarde rond was en niet plat. Gewoon door blijven schrijven Simon, dat geeft mensen zonder visie weer een rustig gevoel, kan alles lekker bij het oude blijven.