Er bestaat wel degelijk een fundamenteel verschil.
Er zijn verschillen in grondgedachten over mens en gemeenschap en deze beïnvloeden - haast onbewust - het denken over politieke problemen.
Links gaat uit van vier grondgedachten.
Allereerst de goedheid van de mens, waardoor in principe een ideale en harmonische samenleving mogelijk is. Wangedrag van mensen ontstaat door de huidige maatschappijstructuur. Die kan worden verbeterd omdat hij “maakbaar” is door, middel van een grondige wijziging van: rechtspraak, onderwijs, markteconomie, gedrag van de consument etc. De burger is eigenlijk niet verantwoordelijk voor zijn doen of laten. Zijn gedrag wordt immers bepaald door de structuren en omstandigheden (linkse termen: “institutioneel geweld”, “vervreemding”, “uitbuiting”, misdaad etc.). Als de structuren grondig worden veranderd in “progressieve” zin, zal het goede in de mens gaan overheersen: “Maatschappijverandering” moet de oplossing brengen. De staat kan - “in het belang van de gemeenschap” - de maatschappij fundamenteel veranderen. Dit onder leiding van de “progressieven”, planmatig en op wetenschappelijke basis. (Denk aan de term “wetenschappelijk socialisme”).
De Sovjetstaat was het meest radicale voorbeeld van de toepassing van deze grondgedachten.. Deze had zich zelfs tot doel gesteld de mens zelf te maken tot een “Sovjetmens” - een goede”Übermensch” in een ideale samenleving waar eenieder zou presteren naar vermogen en beloond naar behoefte.
Vele “progressieven” in onze samenleving negeerden tientallen jaren lang de Goelag en andere wantoestanden in de “Socialistische staten”. Zij ontkenden het failliet van dat socialistisch “experiment”, anders zouden zij hun geloof in de grondgedachten hebben moeten opgeven en dat was onverteerbaar - ook nu nog. Zij meten met twee maten, want, terwijl zij terecht in woede ontsteken als het gaat om wandaden van Nazi’s en Fascisten, zwijgen zij over het communisme. Er werd zelfs een zaal in de Tweede Kamer genoemd naar de leider van de Stalinisten in Nederland - waarom dan geen Mussert-zaal?
In Nederland en andere landen hebben deze geloofsartikelen een diepgaande invloed gehad op wetgeving en strafrecht, maar ook op discussies en beleid in vraagstukken rond onderwijs, sociale maatregelen, immigratie etc. Zo ontstond de neiging misdadigers niet of nauwelijks te straffen. De kreet “meer blauw op straat” werd aanvankelijk verontwaardigd als “reactionair” afgewezen.
De waarde van de ooit verguisde markteconomie werd schoorvoetend erkend - maar zij moet wel doen wat de (linkse) politiek haar voorschrijft!
Misbruik van sociale verzekeringen werd ontkend: de mensen zouden zich alleen melden als er een goede reden voor was. Tenslotte waren de feiten niet meer te loochenen en de openbare mening veranderde - de linkse grondgedachten ten spijt.
De hoogtijdagen van het socialisme lieten een erfenis na: een ver doorgeschoten verzorgingsstaat en overheden die de helft van het inkomen van de burger opeisen en torenhoge schulden maken ten koste van toekomstige generaties. Er is een sfeer ontstaan waarin men zich bij elk probleem tot de staat wendt voor een oplossing. Men eist banen, kosteloos onderwijs en vervoer, een woning, een inkomen, medische zorg, gelijkheid in kansen, nivellering van inkomens en vermogens en een pensioen.
De vele rechten die de burger opeiste werden zelfs in internationale verdragen vastgelegd.
Vele politici doen beloften terwille van stemmenwinst, maar wel op kosten van de belastingbetaler. “In de toekomst zien wij wel verder” (lees: de volgende generatie).
En zo ondergraaft de zieke verzorgingsstaat op zijn beurt het verantwoordelijkheidsbesef van de burger. Die vraagt zich steeds minder af of hij zijn eigen boontjes kan doppen. Hij klopt aan bij de staat.
Velen weigeren in te zien dat de verzorgingsstaat ziek is, omdat zij vasthouden aan de grondgedachten van links. Politici die de moed hebben om op de feiten onder staan onder druk, zij zouden ons sociale gebouw “afbreken”, kortom: zij zijn “rechts”.
Wat zijn nu de fundamenten van een rechtse visie? Voorop staat dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn eigen keuzes. Rechts staat voor een evenwichtiger kijk op de mens,die zowel goede als slechte eigenschappen heeft. (Cynisch? Neen, zelfkennis!). Iedereen kan zelfstandig een KEUZE maken tussen goed en kwaad;
en is daarmee persoonlijk verantwoordelijk voor zijn doen of laten. Daarom kan hij ter verantwoording geroepen worden - voor de rechter, door zijn chef, bij misbruik van sociale uitkeringen, bij overtreding van verkeersregels. Kortom: voor wangedrag van burgers is niet de maatschappijvorm verantwoordelijk maar degene die zich misdraagt. Voorts is rechts voorstander van controle van de macht. Tegen machtsmisbruik moet voortdurend worden gewaakt. Vandaar de scheiding tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. De grootste zorg in dit verband is de welhaast oppermachtige staat. Ook in de economie dient de concurrentie te worden gehandhaafd.
Een belangrijke plicht is het respecteren van de rechten van medeburgers. Het is de beste waarborg voor het handhaven van de mensenrechten. Waarom niet een verklaring van mensen-plichten naast die van mensen-rechten?
Zie ook:
Ik vind het een slechte definiering. Zeker omdat begrippen als links en rechts nogal aan verandering onderhevig zijn. De maakbaarheidsideeen bestaan namelijk niet alleen bij socialisten, maar zeker ook bij conservatieven en fascisten. Het een wordt links ingedeeld, het ander rechts.
Het liberalisme, dat voor een kleine overheid is en voor eigen verantwoordelijkehid is, werd altijd als links beschouwd, tegenover het rechtse feodalisme, dat uitgiong van een regelende overheid.