Reeds geruime tijd pleiten (veelal ‘groene’) partijen voor de invoering van accijns op kerosine of BTW op vliegtickets. Minister Zalm van financiën heeft zich hier nu ook bij aangesloten. Hij wil een kerosinetaks om de derde wereld te helpen. Chirac en Schroder hebben zich in vergelijkbare zin uitgelaten. De argumentatie voor de invoering van deze maatregelen is echter gebaseerd op een aantal misvattingen en onwaarheden.
Een eerste argument voor de invoering van accijns of BTW, is dat vliegen erg schadelijk zou zijn voor het milieu. Schadelijker zelfs dan andere vervoersmiddelen. Dit beeld komt keer op keer naar voren en komt overeen met de werkelijkheid in de beginjaren van de luchtvaart. Echter, hedendaagse vliegtuigen zijn 70% zuiniger dan de vliegtuigen uit bijvoorbeeld de jaren ’60. De KLM heeft tegenwoordig per passagier nog geen vier liter brandstof nodig per 100 kilometer. In autotermen: de KLM-vloot loopt 1 op 28. Een modern vliegtuig als een Boeing 777 gebruikt vaak zelfs niet meer dan 1 liter brandstof per 45 kilometer. Uw auto zal dat waarschijnlijk niet halen.
Het gemiddelde directe energiegebruik van de trein ligt in dezelfde orde van grootte als dat van luchtvaart, de trein rijdt namelijk 1 op 34. Dat geldt echter voor de gewone trein. Het energiegebruik van een HSL ligt aanzienlijk hoger en kan alleen gecompenseerd worden door een hoge bezettingsgraad. Daarnaast kost de aanleg van spoor- en snelwegen en de bouw van treinstellen veel secundaire energie per passagierkilometer of PKM. Bij vliegtuigen zijn die bijdragen per PKM vrijwel nihil. De milieuvoordelen van reizen per trein worden dus sterk overdreven en feitelijk is er geen reden om het vliegtuig te mijden.
Tweede argument is dat de luchtvaart nu bevoordeeld zou worden ten opzichte van de (hoge snelheids-)treinen, omdat er geen BTW op tickets geheven wordt en er geen accijns over de brandstof betaald hoeft te worden. Is dit inderdaad het geval? Op binnenlands vervoer betalen luchtreizigers het hoge BTW-tarief (19%), terwijl over een binnenlands treinkaartje het lage BTW-tarief (6%) wordt geheven. Over internationale tickets betalen luchtreizigers inderdaad geen BTW, maar een belletje naar de NS leert dat ook treinreizigers over hun internationale kaartjes geen BTW afdragen.
Het is waar dat de luchtvaart geen accijns over de brandstof betaalt, maar dit is geen uitzonderingspositie. Ook de spoorwegen betalen als grootgebruiker slechts over de eerste paar procent van hun elektriciteitsgebruik milieubelasting. Daarnaast zijn de brandstoffen die worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit vrijgesteld van accijnsverplichting. Wanneer de bekostiging van infrastructuur ook nog wordt meegenomen, blijkt van bevoordeling van luchtvaart al helemaal geen sprake. Luchtvaart bekostigt haar infrastructuur zelf, namelijk via de beruchte toeslagen op tickets en via al in de ticketprijs verwerkte heffingen. Voorbeelden hiervan zijn landingsgelden, waarmee de luchthavens worden betaald, en overvliegkosten, waarmee de verkeersleiding wordt bekostigd. Ook automobilisten betalen hun infrastructuur zelf, via wegenbelasting, als vaste component, en accijns en BTW op brandstof, als gebruiksafhankelijk deel. De trein ontvangt daarentegen grote sommen subsidiegeld op de infrastructuur. Van de totale kosten van een treinkaartje subsidieert de overheid 60%. Zonder subsidie zou de prijs van een enkele reis Amsterdam-Groningen geen 26 maar 66 euro bedragen. Er is dus inderdaad sprake van concurrentievervalsing, maar dan andersom: de trein wordt sterk bevoordeeld ten opzichte van zowel de auto als het vliegtuig.
Een ander onjuist argument voor de invoering van heffingen op luchtvaart, is dat vliegtuigen daar zuiniger van zouden worden. Wat men vergeet is dat vliegtuigen een maximum startgewicht hebben. Het is daarom belangrijk de hoeveelheid niet-betalende lading (brandstof) zoveel mogelijk te beperken. Minder kilo’s brandstof zorgt immers voor meer kilo’s betalende lading (vracht, passagiers) en dus voor hogere opbrengsten. Om deze reden bestaat er binnen de luchtvaart, zelfs wanneer brandstof gratis zou zijn, een natuurlijke drang om vliegtuigen zo zuinig mogelijk te maken. Invoering van accijns op kerosine is dus noch noodzakelijk noch doeltreffend.
Luchtvaartvrijstellingen zijn in 1944 ingevoerd om mobiliteit te stimuleren. Stimuleren van internationaal contact zou kunnen bijdragen aan het voorkomen van een derde wereldoorlog. De discussie over luchtvaartvrijstellingen zou zich dan ook moeten richten op de vraag of vrijstellingen en subsidies die internationaal reizen stimuleren, op dit ogenblik moeten worden beperkt. Het zo maar duurder maken van de luchtvaart is niet alleen kortzichtig maar ook nog eens gebaseerd op twijfelachtige motieven en onjuiste argumenten.
Dit artikel verscheen eerder op 
Privatiseer de spoorwegen en de buslijnen en de voorliefde van groenlinks voor “openbaar” vervoer verdwijnt. In België is een rapport dat autobussen waarschijnlijk vervuilender zouden zijn dan auto’s in nooitgezien ijltempo in de koelkast terechtgekomen.
De belangrijkste reden voor de auto- en vliegtuigenhaat van groenlinks is het element van vrijheid dat bij deze 2 vormen van transport onmiskenbaar aanwezig is. Het zijn beide verkeerssystemen die zich bottom-up organiseren en niet top-down, zoals een statist of een dictator wil.